Jan van de Venis is ‘human rights lawyer’ en eigenaar van het Amsterdamse kantoor ‘JustLaw’, dat gespecialiseerd is in mensenrechten, milieu en ondernemen. Hij is bestuurder van NGOs als StandUpForYourRights, The Crowd Versus en Fossielvrij NL, voorzitter van Nationaal Park Duinen van Texel en vice chair van het mondiale Network of Institutions for Future Generations. In 2016 heeft hij zich opgeworpen als waarnemend Ombudspersoon Toekomstige Generaties voor Nederland.

Losdenken & Invoelen

Mijn stem van de Aarde is de stem die mensen oproept zich aan twee dingen te verbinden: aan lange termijn-denken voor onszelf en voor toekomstige generaties, en aan verbinding met de natuur. Ik roep op om onszelf weer terug te plaatsen in het ecosysteem van de Aarde. Wij zijn hiermee onlosmakelijk verbonden, maar sinds de Verlichting en de Industriële Revolutie hebben wij ons daar steeds meer uit ‘gedacht’. We hebben ons toen ineens losgeworsteld van de onderdrukking van religieuze en feodale systemen, én wij hebben ons in ons hoofd geleidelijk losgewor(s)teld van de Aarde, want tegelijk met de technologische vooruitgang ging onze natuurlijke band met de Aarde, die via ons voedsel liep, verloren.

Nu mogen we ons er weer ‘invoelen’ – dat noem ik als tegenhanger van ‘de Verlichting’ wel eens ‘de Verliefding’ – zodat we weer één worden met de natuur en zien dat we niet zonder die Aarde kunnen. Het water dat we drinken, de voeding die we krijgen, alles komt uit de Aarde voort. Alles wat we zijn, wat we dragen en gebruiken is natuur geweest of is natuur. Maar we eten de Aarde op, we putten grondwater-reserves uit, we kappen de regenwouden weg, we zorgen dat dieren uitsterven. Als mensheid als geheel zijn we in de basis eigenlijk onszelf aan het vernietigen. En dat kunnen we omdat we ons ervan los hebben gedacht. Op het moment dat je zegt ‘mijn voeten staan in de Aarde, alles wat ik fysiek ben komt van die Aarde en ik ben verbonden met die leefwereld’, dan besef je weer dat je deel van de natuur bent. Met de zwaartekracht die aan ons trekt houdt de Aarde ons ook letterlijk in de verbinding. Het is mijn stem dat die verbinding ook vanuit het recht zou moeten worden erkend.

Mondialisering

We komen uit een aantal decennia waarin de economie heilig was. Welvaart kwam op nummer één en welzijn liep er achteraan. Lange tijd had de economische groei nog niet zo’n impact op het enorme mondiale ecosysteem. Er waren wel steden waar teveel roet was, waardoor mensen ziek werden of zelfs doodgingen, wat werd opgelost met schonere kachels of door op bepaalde uren geen steenkolen te verbranden. De eco-destructie op grote schaal en aantasting van het milieu is eigenlijk pas de laatste 50 jaar echt duidelijk geworden. Sinds die tijd laat de Aarde symptonen zien van een soort griep, of erger nog, van een reactie op een soort parasiet die op haar leeft en haar schaadt en die de mensheid heet. De symptomen zijn zure regen, het gat in de ozonlaag, overbevissing, watertekorten en klimaatverandering. Een aantal van de genoemde problemen hebben we opgelost. Denken we. Maar als we klimaatverandering alleen maar als CO2- en fijnstofprobleem zien en ‘oplossen’, zonder naar de dieperliggende oorzaak te kijken, dan komt er na klimaatverandering vanzelf weer een nieuw ziekte symptoom.

Duurzaamheid en moraliteit hebben de mondialisering van de economie totaal niet bij kunnen houden. Er was niemand die zich daar voldoende hard voor kon maken en de beperkte draagkracht van onze ecosystemen werd ook nog niet gevoeld. Het was een typisch mannelijke economie, een heel dynamische en naar buiten gerichte kracht; dingen ondernemen, vrije marktdenken, maar niet bedenken wat, in verbinding met anderen en de Aarde, op langere termijn de marktbelemmeringen zouden zijn en daarvoor ook juridische waarborgen inbouwen.

We kunnen niet anders dan als mensheid weer verbonden raken met de Aarde; dat leert ook het economisch systeem van nu. Je ziet steeds meer opkomst van de circulaire economie, van het cradle-to-cradle denken, omdat de grondstoffen uitgeput raakten. We komen in de knel met onze eigen winkel- en bedrijfsvoering. Grote bedrijven zien dat we grondstofproblemen krijgen, zoals waterschaarste. Laten we onze samenleving en economie dan nu al met behulp van het recht – dat een ordeningsprincipe is – zodanig inrichten dat we er later, ook qua concurrentie-positie, beter voorstaan.

Verzuiling

Ik heb nooit begrepen hoe je ‘s ochtends in een bos kunt lopen, kunt genieten van de natuur en je ermee verbonden voelt, om vervolgens een kantoorpand in te stappen waar het totaal niet uitmaakt wat je bedrijf doet als jij je persoonlijke targets maar haalt. Dat is een soort gespleten leefstijl, een soort moderne verzuiling, waarin wat je doet op je werk niet verbonden hoeft te zijn met waar je privé aan normen en waarden voor staat.

Vroeger was het bijna onmogelijk om binnen het bedrijfsleven en de politiek een lange termijn-visie uit te dragen waarin oog is voor de natuur. Korte termijn-indicatoren, de driemaandsrapportages waarin steeds wordt gekeken hoeveel winst je per kwartaal maakt, wat je groei was en waar je kosten hebt gesnoeid, lieten geen ruimte voor lange-termijn denken. Ik denk dat de mensen binnen de politiek en het bedrijfsleven zich op dit moment nog steeds vaak onvoldoende gesteund voelden om over die driemaanden-marker heen te durven kijken.

Maar ik zie dat er iets aan het veranderen is. Dat zien we ook door de uitkomsten van de Klimaattop COP21 in Parijs. Er komen steeds meer mensen, ook binnen grote oliebedrijven, die hun stem laten horen en niet meer verantwoordelijk willen zijn voor zoiets als pompen onder de Noordpool. Die winst willen maken op een manier die de Aarde niet op eet. Mensen die wij nog niet als medestanders zien in duurzaamheidsland, maar die net een klein steuntje nodig hebben om die bedrijven van binnenuit te vergroenen.

Ik put vooral hoop uit de generatie van 35 jaar en jonger. Daarvan zijn er zoveel die zeggen ‘ik weiger dit’, die gaan staan binnen overheidsorganen, maar ook binnen fossiele reuzen. Sommigen kiezen ervoor om zelf een social enterprise te beginnen die meteen al ecologische en sociale waarde bijdraagt. Ze willen niet alleen de natuur behouden zoals zij nu is, ze willen nog iets toevoegen ook. Ze nemen privé mee naar hun werk. Dat is een fantastische ontwikkeling en als mens maakt het je alleen maar gelukkiger als je waarde toevoegt in je werk.

Ombudspersoon Toekomstige Generaties

Ik maak onderdeel uit van de Worldconnectors, een netwerk van prominente en betrokken Nederlanders zoals Herman Wijffels, Sylvia Borren en wijlen Ruud Lubbers die zich inzetten voor een duurzame wereld. Vanuit dit netwerk ontstond in 2013 het idee om in Nederland een Ombudspersoon voor Toekomstige Generaties in te stellen die de belangen van toekomstige generaties bewaakt en tegenwicht biedt aan het korte-termijn-denken dat nu domineert. Deze ‘hoeder’ voor toekomstige generaties moet als vice-Ombudspersoon geplaatst worden onder de Nationale Ombudsman en ervoor zorgdragen dat overheidsdiensten de rechten van toekomstige generaties beschermen en respecteren. Door als hoeder voor toekomstige generaties op te treden draagt de Ombudspersoon Toekomstige Generaties ook bij aan bewustwording van de lange-termijn effecten van ons overheidsbeleid op het welzijn van de Aarde. We zijn nu zaadjes aan het planten bij politieke partijen en het maatschappelijk middenveld om steun te verwerven voor ons voorstel. Na een oproep voor deze steun op Springtij in 2016, heb ik me opgeworpen als waarnemend Ombudspersoon, tot de Ombudspersoon Toekomstige Generaties of een vergelijkbaar instituut officieel wordt aangesteld.

De Ombudspersoon Toekomstige Generaties kan steun geven aan aspirant-‘changemakers’ uit de politiek en uit het bedrijfsleven. Die kan zelfstandig onderzoek doen naar bepaalde thema’s, en daar data uithalen die steun geeft aan lange termijn keuzes binnen de politiek en het bedrijfsleven, waarbij je doorrekent wat er op lange termijn positief gebeurt. Deze heeft verschillende instrumenten ter beschikking: onderzoek doen, klachten behandelen, bemiddeling toepassen of uitspraak doen over beoogd handelen of nalaten door de overheid met impact op de belangen van toekomstige generaties. De Ombudspersoon Toekomstige Generaties wordt benoemd voor 5 of 6 jaar, dus over de politiek heen, buiten het electoraat. Hij zit niet in de waan van de dag van de politiek. Want zelfs de meer duurzame partijen zijn bezig met interne politieke spelletjes en hebben belang bij korte termijn resultaten om stemmen te winnen voor de volgende verkiezingen. Als stemmen winnen de prikkel is om macht en invloed te hebben, zijn we nog ver van huis. De Ombudspersoon Toekomstige Generaties zegt “Kijk nou eens even over je eigen korte termijn belang heen. Wat is de impact op toekomstige generaties?’.

Daarbij is het wel belangrijk om toekomstige generaties niet als slachtoffer te betitelen van wat wij ze allemaal aandoen. Ik denk dat toekomstige generaties prima zullen weten en gaan doen wat ze zelf willen. Ze zullen misschien aan ecosysteem-herstel gaan doen; leven in balans met de natuur. Wij hoeven en kunnen ze niet opleggen wat zij moeten beslissen: dit zijn onze normen nu. Maar wat ik wel belangrijk vind, is het principe van ‘intergenerationele rechtvaardigheid’: het is niet aan ons om toekomstige generaties te beperken in wat ze kunnen gaan doen. En dat doen we nu wel. Wij laten een wereld na, waar zij het mee hebben te stellen. We hebben al de mondiale watervoorraad met een derde teruggebracht. Oceanen leeggevist. Per jaar kappen we twee keer Portugal weg aan tropisch regenwoud. De Aarde warmt op. Diersoorten sterven uit doordat wij hun leefomgeving hebben vernietigd. Die wereld geven wij door. Op allerlei manieren beperken wij toekomstige generaties in hun handelingsvrijheid. Terwijl een uitgangspunt in onze rechtsstaat is dat iedereen gelijkwaardig is.

De Britse filosoof uit de vroege Verlichting, Locke, is een denker die mij hierin heeft geïnspireerd. Hij zegt dat we zoveel mogelijk in vrijheid moeten leven, maar wel in verbondenheid. Je kunt vrijheid namelijk niet los zien van verbondenheid. Maar dat laatste stuk zijn we, deels ook door die Verlichting, uit het oog verloren binnen het vrijheidsdenken. Anders dan wij vaak horen, stopt volgens veel liberale denkers onze vrijheid daar, waar wij de rechten of vrijheid van anderen beperken. Daar moeten we als individuen, maar ook vanuit het recht en de Ombudspersoon Toekomstige Generaties, naar kijken. Onze vrijheid om te leven zoals we willen, is begrensd. Toekomstige generaties mogen daardoor niet in hun vrijheid worden beperkt. Hoe kunnen wij nu, wetende dat toekomstige generaties prima zullen gaan doen wat ze willen gaan doen, ons zó met hen verbinden dat we ze niet gaan beperken? Dat zij net zoveel ruimte hebben als wij?

Boodschap overbrengen

Ik merk dat in het meer rechtse politieke spectrum de boodschap van milieu als rem op economie niet zo goed valt, maar de boodschap “wat is de erfenis die jij jouw (klein) kinderen achterlaat” wel. Dat dit een erfenis zal zijn die onze kinderen niet kunnen weigeren, die ze opgedrongen krijgen, dat zet mensen aan het denken en brengt het dichtbij huis. De boodschap van de Ombudspersoon Toekomstige Generaties past daarmee politiek gezien niet persé op links, rechts of het midden. Het gaat erom, hoe wij ons, als gehele samenleving met het gehele palet aan politieke voorkeuren, gedragen naar degenen die na ons komen.

Natuurlijk zal de Ombudspersoon Toekomstige Generaties bepaalde dingen politiek strategisch moeten brengen en inzetten. Maar feitelijk is de achtergrond heel erg verbindend. Je moet je proberen te verbinden met wat voorhanden is. Met de waarden van de persoon die tegenover je zit, met humor of zelfs met bepaald taalgebruik. Ik zei wel eens tegen mijn vader, die bij het Leger des Heils werkte, dat William Booth, de oprichter van het Leger des Heils, een briljante marketeer was. Zijn slogan was ‘soup, soap, salvation’. Je haalt een zwerver van de straat en geeft hem eerst soep, zijn basisbehoefte, dan komt hij weer wat tot leven. Dan ga je hem wassen, dat geeft hem waardigheid en zelfrespect. En daarna praat je over salvation. Dat is eigenlijk heel sneaky, want doordat je hem eerst soep en zeep geeft, ga je een soort verborgen contract met hem aan dat hij dan ook mee moet in het geloof in salvation. Maar marketing en gedragsverandering werkt zo. Je moet je verbinden met degene met wie je een verandering wilt aangaan, anders loop je gescheiden paden en dan werkt het niet.

Als ik met mannen over deze veranderingen spreek, doe ik een appél op hun innerlijke wijsheid. We hebben veel daadkracht, maar gebruiken we die met wijsheid? We moeten kijken naar het waarom van wie we zijn, wat we doen en waar we heen willen, dat spiegel ik hen voor. Ik vraag ze hoe het kan dat ze privé zo van de natuur houden – denk aan zeilen, skieën of bergwandelen – terwijl ze op hun werk er helemaal van dissociëren. Dat raakt.

Mannen kunnen zich makkelijk losdenken van het geheel en van de langere termijn belangen van een groep. We waren jagers en gingen erop uit om prooien te halen. Dat zit nog in ons DNA. Vrouwen zorgden voor de familie, voor de haard en voor elkaar. Ze begrijpen het verhaal van verbinding al meer intuïtief. Bij mannen gaat dat in stapjes, maar ook een directeur van een groot bedrijf is uiteindelijk afhankelijk van zijn werknemers. Je moet mensen terugbrengen naar de verbinding met zichzelf, dan met anderen en daarna met de verbinding met de natuur.

Carrière

Rechtvaardigheid is een soort familie thema, dat zit in mijn DNA. Mijn vader kwam op voor de zwakkeren in de samenleving. Mijn ouders werkten bij het Leger des Heils; begonnen in de kerkelijke tak en mijn vader werd later directeur van bejaardenhuizen en dak- en thuislozenhuizen, ook vanuit het idee dat een samenleving ‘samen’ betekent en dat je iets tegen onrecht moet doen. Maar het zou niet eerlijk zijn om te zeggen dat ik vroeger al helemaal met rechtvaardigheid bezig was. Ik ging eigenlijk verdoofd Rechten studeren; ik wist niet goed wat ik wilde. Ik vond het wel interessant, want je kon er eigenlijk alles mee.

Vlak voor het einde van mijn studie ging ik stage lopen bij Alexander de Savornin Lohman. Die heeft me veel nieuwe inzichten gegeven over het recht en hoe je daar creatief mee om kan gaan. Zijn adagium was ‘recht met respect’. Hij was uit een grote maatschap gestapt en wilde alleen maar zaken doen waar hij achter stond. Zijn werk was verbonden met waar hij privé voor stond. Dat pikte ik op, het belang van integriteit en ethiek. Ik besloot de rest van mijn leven dat ook te doen.

Dit is niet altijd makkelijk geweest. Ik ging, na Alexander, op een veel commerciëler kantoor werken. Daar heb ik veel geleerd over hoe bedrijven werken en hoe je moet werken om winst te maken. Ik had er grote zaken voor veel geld; het was allemaal enorm ego-strelend in dat korte termijn-wereldje. Ik was op mijn 24e al advocaat en had snel de ladder beklommen. Maar het paste niet bij mij. Het gaf een enorme onrust in mijn systeem. Toen mijn moeder ziek werd ben ik vier dagen per week gaan werken en na haar overlijden ben ik dat blijven doen. Op de vrijdag, mijn vrije dag, verdiepte ik me in bredere thema’s en ik merkte dat ik daar behoefte aan had. En dat dit werkte: ik kreeg door deze ruimte meer heldere en goede ideeën in mijn werk.

Langzaam ontstond het idee om iets in de goede doelen-sfeer te gaan doen. Ik was bijna 30 en zag een vacature van Greenpeace International die zei ‘are you ready to use your talents for the good, and not just for profit’. Ik solliciteerde en werd aangenomen. Ik hield me bezig met de juridische aspecten van het werk van Greenpeace zoals de juridische kant van de Greenpeace-boten en kantoren in het buitenland, bijvoorbeeld in Moskou.

Drie jaar heb ik bij Greenpeace gewerkt. Toen had ik mijn kunstje wel geklaard; ik was toe aan een nieuwe uitdaging. Terwijl ik daar zat had ik al de enorme link gezien tussen mensenrechten, milieu en duurzaamheid. Ik heb bij Greenpeace opgezegd en startte mijn organisatie ‘Stand Up for Your Rights’, waarmee ik voor de helft van mijn tijd ‘vrij’ wilde werken op het terrein van milieu, duurzaamheid en mensenrechten, en richtte mijn kantoor JustLaw op.

Zekerheid opgeven

Toen ik wegging bij Greenpeace heb ik enorm geworsteld met de vraag ‘durf ik mijn zekerheid op te geven om te doen waar ik in geloof’. Ik heb in die tijd heel

vaak de stilte en de natuur opgezocht en dingen in de natuur als hele mooie symboliek gezien. Zo reed ik bijvoorbeeld een keer een klein stukje langs de snelweg en ik zag daar enorm veel roofvogels vliegen. Tientallen buizerds op een klein stukje, veel meer dan normaal. En ik zag ze regelmatig. Daar ben ik over gaan googlen en ik vond een interpretatie van Native Americans, die zei dat als je heel veel adelaars ziet vliegen, dat een boodschap kan zijn dat je je ideeën mag laten gaan. Een teken van visionair inzicht. Dat had ik net gelezen en verrek, in de dagen erna zag ik ze vanuit de trein en auto alleen maar naast de weg op paaltjes zitten. Weer veel meer roofvogels dan normaal. Ik zocht dat weer op en het betekende dat je idee nu geaard mocht worden. Uit deze ervaringen putte ik veel moed. En het voelde goed.

Tegelijkertijd stelde ik mezelf van binnen, en ik denk dat dit een enorme moedgever kan zijn voor anderen want mij heeft het niet alleen geholpen maar ook succes gebracht, de vraag ‘is dit echt wat ik moet doen’. Toen kreeg ik diep van binnenuit de bevestiging ‘Er zal altijd te eten voor je zijn, er zal altijd te drinken voor je zijn. Er zal altijd die veilige basis zijn. Er is altijd genoeg.’ Dat was voor mij zo’n mooie stem die van binnenuit kwam, en ik wist bij mezelf dat het ook echt zo was. En ik wist ook dat ik genoeg talenten had om, als het echt moest, iets anders op te pakken. Dat gaf me echt de moed om dit aan te gaan.

En iedere keer kom ik weer bij dit basisvertrouwen terug. Ik heb ook wel mijn uitdagende momenten gehad. Ik heb jaren met heel veel omzet gehad en jaren waarin ik echt heel weinig geld verdiende. Dan teer je heel snel enorm in op je reserves. En tegelijkertijd bouw je geen pensioen op als ZZP’er, dat moet je zelf doen. Maar dan werd het volgend jaar weer een jaar waarin ik meer verdiende. Ik kan dus ook die lange termijn-verbinding in mijn eigen leven zien. Dat, ook al knelt het soms op korte termijn, als ik de lange termijn erover heen leg en zeven jaar terugkijk, ik zie dat ik het eigenlijk precies gedaan heb zoals ik wilde: gemiddeld 50% betaald werk en 50% ‘vrij werk’ wat ik doorgaans voor niks doe. En dat met een heel mooi leven. Ik heb niets hoeven ‘laten’. Ik zou ook twee of drie ton per jaar kunnen verdienen als ik zou willen. Maar ik word hier veel gelukkiger van.

Grenzen stellen

Naast meebewegen, samen opgaan en verbinding leggen is het ook belangrijk om de confrontatie aan te durven te gaan en een stem te geven aan hen die niet worden gehoord. Je moet grenzen durven trekken wanneer gedrag schadelijk is voor anderen. Mijn oproep is altijd geweest; zorg ervoor dat je de samenleving zó inricht dat de grenzen voldoende duidelijk zijn voor mensen die het liefst door willen. Vaak onbewust, maar wel over die grens heen denderen en alleen maar denken aan winst maken, ten koste van wat dan ook. Voor mij is het recht een hele mooie bewaker van grenzen. Het begrenst eigenlijk wat wij als ethisch acceptabel beschouwen. En daarmee kun je het ook inzetten als governance tool: hoe richt je de samenleving in? Ik pleit daarom, vanuit het recht, voor duidelijkere grenzen. En al zeggen ze in woorden vaak het tegenovergestelde, eigenlijk roepen veel bedrijven daar ook toe op. Ik hoor vaak ‘We weten niet precies wat we wel en niet zouden moeten doen. Als het verboden is of niet langer mag, passen we het zeker aan.’ Of ‘Als ik iets anders zou willen maar degene boven mij heeft nog kortere termijn doelen, dan kan ik niet zeggen ‘dit is de grens’, want hij zegt ‘Nee hoor, juridisch mag het. We houden ons aan de wet’.’

Ik kijk al langer naar makkelijk te wijzigen of introduceren regelgeving die duurzaamheid helpt versnellen. Zo worden veel afspraken voor meer duurzaamheid nog belemmerd door mededingswetgeving. Een eenvoudige, heldere en rechtvaardige aanpassing zou ook kunnen op het gebied van bestuurdersaansprakelijkheid. Op grond van het Burgerlijk Wetboek ben je als bestuurder persoonlijk aansprakelijk als een bedrijf failliet gaat en je daar als bestuurder een ernstig verwijt voor kan worden gemaakt. Alle managers, maar ook alle juristen krijgen dat in hun opleiding. Waarom zetten we er niet bij, in datzelfde artikel, dat dit ook geldt voor mensenrechten schendingen of schade aan het milieu? Dat is rechtvaardig voor mensen, de Aarde en toekomstige generaties. En dan leren alle managers en juristen dit in hun opleiding al dat dit niet kan. Dan is de grens duidelijk en werkt zo’n artikel preventief door.

Breed gedragen

Ik denk dat de Ombudspersoon Toekomstige Generaties, of een vergelijkbaar figuur, er echt wel komt. Hoe snel, dat weet ik niet. Maar ik vind het allerbelangrijkste dat deze belangenbehartiging er komt en dat deze impact en lange termijn bedding en mandaat heeft. Want ik heb in andere landen gezien dat een officiële belangenbehartiger er ook te snel en te effectief kan zijn, en daarna weer werd afgeschaft, óf dat deze er is maar dat het maar een lege huls is, omdat zijn macht wordt ontnomen door een politiek systeem dat totaal een andere kant op holt. Het is belangrijk om te voorkomen dat één politieke partij met het idee aan de haal gaat: het moet breed gedragen worden. Ik wil dat deze positie er komt met voldoende steun vanuit de politiek, vanuit het maatschappelijk middenveld en vanuit de bevolking.

 

Ik zie dat het denken in termen van toekomstige generaties breder gedragen wordt in de samenleving en dit denken moet ook worden geinstitutionaliseerd. De titel ‘Ombudspersoon Toekomstige Generaties’ is me niet heilig. Hij past prachtig in ons bestel, het lijkt me een perfecte plek in Nederland om voor de belangen van toekomstige generaties op te komen. Ik denk dat het burgers, bedrijven en politici de moed kan geven om lange termijn belangen zwaarder te laten wegen.

Maar ik vind bijvoorbeeld dat ook het College voor de Rechten van de Mens moet werken op duurzame ontwikkeling. Als je iemand binnen het College kunt aanwijzen met de portefeuille duurzame ontwikkeling en mensenrechten, kun je veel vaker van je laten horen, bijvoorbeeld vanuit het recht op gezondheid in het Groningen-debat of het fijnstof-debat. Een mensenrechteninstituut kan fantastisch de overheid adviseren en bepleiten dat je ook vanuit mensenrechten-perspectief moet verduurzamen. Het College kan de politiek steun en bedding geven om dat te gaan doen. En dat kan ook bij de SER, bij het Centraal Plan Bureau, enzovoorts. Op deze strategische plekken moeten ijkpunten komen om de belangen van toekomstige generaties mee te nemen. Daar roept Sustainable Development Goal 16 letterlijk toe op: “bevorder vreedzame en inclusieve maatschappijen, toegang tot het rechtssysteem voor iedereen, en effectieve, verantwoordelijke en inclusieve instellingen op alle niveaus.” Nederland heeft zich aan dat doel verbonden, dus moet het gebeuren. Voor ons en de Aarde nu, maar ook voor toekomstige generaties.

tips om een stem van de aarde te worden

  1. Houd het bij jezelf. Kijk naar wat jouw talenten zijn, waar jij blij van wordt en waar jij een verschil kan maken. Het hoeft niet allemaal groots, het kan ook in het klein. Leg de verbinding met wat je wilt veranderen, de stem van de Aarde, met je stem van binnen.
  2. In verbinding met de ander kom je verder. Probeer zoveel mogelijk vanuit verbinding te werken. Op het moment dat je bijvoorbeeld een ander flink aanklaagt, zal deze al snel alles ontkennen, zich willen verdedigen of zich zelfs slachtoffer voelen. Zo krijgt een systeem van ‘jij klaagt aan en ik ontken’. Dan kom je niets verder. Dit kun je o.a. doorbreken door in plaats van jouw aanklacht, dat wat je wilt meer te verwoorden als een grens die je stelt en die wordt overschreden. En dan leg je de ander voor: ‘wat kan jij doen, zonder dat je over mijn / die grens gaat?’. Dan blijf je verbonden en kun je in een win/win situatie komen. In een gevecht lukt dat niet.
  3. Geniet. Van het leven, van de Aarde en van al het mooie wat er nog is. Neem anderen mee in het genot van natuur en het positieve en verbindende van duurzaamheid. Bijvoorbeeld van lokaal consumeren, waarbij de boer geen fabriek draait, maar van zijn dieren en producten houdt en bijna kan zien hoe de producten de mensen om hem heen voeden. Neem ze mee in het positieve van zonnepanelen, hoe heerlijk het voelt dat je je elektriciteit en energie direct uit de zon hebt gehaald en niet hebt vervuild. Laat zien dat je geniet. Je neemt mensen dan vanzelf mee in het positieve en aanstekelijke van duurzaamheid en van het verbonden zijn met de natuur.