Marianne Thieme is de fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in de Tweede Kamer. Ze is juriste, dieren-activiste, schrijfster. Haar laatste boek “De Kanarie in de Kolenmijn” schreef ze samen met Ewald Engelen. Ze heeft twee dochters.

Eye-opener

Ik was als kind al geïnteresseerd in groene onderwerpen en keek vol bewondering naar mensen die in een bootje de zee opgingen om walvissen te beschermen, zoals Greenpeace, of die zeehonden beschermden door verf op de huidjes van jonge baby zeehonden te brengen zodat ze niet konden worden doodgeknuppeld. Het was voor mij een eye-opener, toen ik op School TV die zeehondenjacht zag, dat die jacht door volwassenen werd uitgevoerd terwijl ik als kind – ik was een jaar of 10 – altijd het idee had dat je als je volwassen bent weet van goed en kwaad, en regels maakt waar goed over na is gedacht. Regels die ordening aan de wereld geven, waardoor we op een zo goed mogelijke manier met elkaar omgaan en zorgen voor elkaar. Toen bleek dat dat dus helemaal niet per definitie zo was, dat als je volwassene bent, je weet hoe je zo min mogelijk schade toebrengt. Sterker nog, om geld te verdienen leek alles geoorloofd te zijn, zoals die zeehondenjacht. Dat was voor mij als kind een enorme eye-opener. Ik werd me ervan bewust dat als ik mijn gevoel van verbondenheid met de natuur en met de dieren wilde behouden, ik het zou moeten koesteren. Want ik zag dat volwassenen dat niet zomaar nog hadden. Ik zat een keertje in het veld te genieten van de natuur samen met een vriendinnetje, en voelde me heel erg één met de natuur. Het onderscheid tussen mij en de natuur was er eigenlijk niet. Dat fijne, harmonieuze gevoel, dat wilde ik behouden. Ik ben het eigenlijk nooit kwijtgeraakt en wil het mijn kinderen ook laten zien. Ik denk dat elk kind dat in het begin heeft, dat gevoel van verbondenheid.

Maar we leven in een gebroken wereld. Een wereld waarin de mens zich buiten de natuur plaatst. Wat mij opviel toen ik wat ouder werd was dat wanneer mensen opkwamen voor de planeet, de natuur, het zo’n abstract verhaal werd. Als ik dan vroeg ‘wat vind je er dan van dat die hond wordt mishandeld?’, dan had dat opeens niets meer met de natuur te maken. Want de aarde was iets groots, waar wij voor moesten zorgen vanuit het gevoel dat wij mensen dan zouden kunnen voortbestaan. De natuur en met name dieren zijn er voor de mens, ook in de visie van de meeste groene organisaties. Dat mens-centrale denken, daar heb ik me altijd tegen verzet. We moeten onze prachtige planeet beschermen en ál zijn bewoners: mens én dier. We moeten eco-centraal denken.

We weten nog zo weinig over andere levende wezens. Dieren houden ons vaak een spiegel voor en kunnen ons verbazen en verwonderen. Het is mij met de paplepel ingegoten door mijn ouders om dat te zien, en ik wilde dat ook beschermen. Van zoiets kwetsbaars en krachtigs wil je niet dat dat kapot wordt gemaakt door ondoordachtheid of onachtzaamheid.

Mijn ouders houden van de natuur en van dieren in het bijzonder, maar niet in activistische zin. Ze leerden mij verantwoordelijkheid te nemen om goed voor dieren te zorgen. De liefde voor dieren hebben ze me meegegeven. Mijn ouders waren ook helemaal niet verbaasd toen ik me uiteindelijk ontpopte als dierenbeschermer.

Verlegenheid

Op de een of andere manier wisten mijn buurjongetjes en buurmeisjes dat ik me bekommerde om het lot van dieren. Ik herinner me nog de allereerste keer dat ik geconfronteerd werd met de verantwoordelijkheid om iets te doen tegen leed, en ook de machteloosheid die je daarover kunt voelen. Mijn buurjongen kwam met een aangeschoten eend bij mij. De eend leefde nog, zijn vleugel was kapotgeschoten. Hij vroeg aan me, “wat moeten we nu doen”? Ik was denk ik 12 en dacht ‘Ik kan niks. Wat moet ik doen?’. Dat voelde heel machteloos, maar tegelijkertijd besefte ik dat ik kennelijk uitstraal iets te kunnen doen tegen onrecht. Dat kwam vaak op mijn pad, ook als het ging om een kind dat gepest werd. Dan stond ik op om het te beschermen. Terwijl ik het heel eng vond om in de klas te vertellen wat ik ergens van vond, ik weet nog wel dat ik er altijd heel emotioneel van werd. Maar omdat er zo’n sterke drang in mij was tegen onrecht, overwon ik die verlegenheid. Langzamerhand word je rol in het leven zo een beetje duidelijk.

Toen ik vele jaren later de Partij voor de Dieren oprichtte samen met vier anderen, dachten we na over wie de woordvoerder zou worden van de partij. We dachten eerst aan een Bekende Nederlander die goed gebekt was en van dieren hield, maar we vonden het toch te onvoorspelbaar hoe dat uit zou pakken. Toen wezen alle vingers naar mij: ‘dat ga jij doen’. Ik weet nog dat ik dacht, ‘waarom moet ik dat nou weer doen, want ik vind het spannend om en public dingen te zeggen’. Maar mijn idealen overwonnen elke schroom. Dat is een bonus die je erbij krijgt.

Rechten

Dat ik Rechten ging studeren kwam zeker ook door mijn rechtvaardigheidsgevoel. Ik wilde iets doen met recht en met ‘gestolde ethiek’, met regels, maar het was ook omdat ik er alle kanten mee op kon en het me interessant leek om te weten hoe de samenleving georganiseerd was. Dus er zaten twee kanten aan: er was een idealistische kant – kijken of kwetsbaren in de wet beschermd werden, en hoe ik het kon verbeteren, – maar ook het openhouden van mijn opties.

Mijn drijfveren om op te komen voor de dieren zijn erg sterk, bleek keer op keer gedurende mijn loopbaan. Mijn eerste baan na mijn Rechten-studie was bij een adviesbureau over onder meer openbare orde- en veiligheidsbeleid. Binnen no time zorgde ik ervoor dat ik projecten kon doen over milieu-handhaving. En zo heb ik dat ook tijdens de Rechten-studie gedaan. Ik verdiepte me in gezondheidsrecht, in ethiek, waar het ook ging over dierproeven. En volgde het vak milieu-recht, waarbij ik onmiddellijk op zoek ging naar regelgeving over jacht en natuurbescherming. Ik kwam erachter dat mijn studie nauwelijks aandacht had voor dieren, natuur en milieuwetgeving. Ook de vraag hoe deze regels tot stand waren gekomen, de ethische discussie rondom diergebruik, kwam niet aan de orde. Er was al besloten dat we ze gingen gebruiken, en de vraag was alleen hoe we dat op een zo goed mogelijke manier konden doen.

Mens-centraal denken

Om de oorsprong van het menscentrale denken te vinden kun je zowel wijzen naar culturen als naar religies of levensbeschouwingen. Mensen hebben ongeacht hun levensbeschouwing de neiging om zichzelf als belangrijkste wezen op aarde te zien. Je ziet het terugkomen in de leer van kerkgenootschappen in het humanisme, politieke stromingen zoals communisme of liberalisme, of in wetenschapstheorieën zoals de evolutietheorie. Overal komt dat mens-centrale denken terug.

Toch zie je ook dat het gevoel van verantwoordelijkheid bij mensen ingebakken is. Mededogen voelt bijna ieder mens. Dat je liefdevol en verantwoordelijk in het leven moet staan. Als je kijkt naar hoe wij op dit moment met de aarde omgaan, is dat met weinig verantwoordelijkheidsbesef – en dus ook niet duurzaam. Die houding van ‘wij leven nu, het is nu onze tijd en na ons zien we wel’ past helemaal niet bij het nemen van verantwoordelijkheid voor de planeet.

In elk gezond mens is het verlangen om verbonden te willen zijn met de ander, en dat kan je wakker maken. Dat zie je al bij vriendschappen en familieverbanden terugkomen. Maar je kunt dat ook verder laten lopen, die verbintenis. Wij zijn ook in staat om een verbinding aan te gaan met niet-soortgenoten. Denk bijvoorbeeld aan een huisdier dat bij veel mensen al op nummer één staat in het gezin. Omdat wij daartoe in staat zijn, kun je mensen aanspreken op een respectvolle wijze waarop je met andere levende wezens moet omgaan. Nederland staat op zijn kop als er een pony wordt mishandeld en als er massaal honden zouden worden doodgemaakt, dan zou Nederland te klein zijn. Maar dat er massaal kippen worden gedood, vanwege bijvoorbeeld een dierziektecrisis, dan is het verder van ons bed, en offeren we dieren op het altaar van de economie. We moeten onze houding jegens dieren herijken en ons de vraag stellen met welk recht wij menen dieren te mogen onderwerpen aan de hel van de bioindustrie en waarom wij er niet voor kiezen om dieren in hun waarde te laten en ons leven zó te organiseren dat daar geen dier voor aan te pas hoeft te komen.

Politiek als bewustzijnsinstrument

Ik zie politiek als een instrument om onderwerpen in de maatschappij en bij politici te agenderen die nooit of te weinig aan bod komen. De traditionele politiek is vooral gericht op wetgeving naar aanleiding van een maatschappelijk debat. De Partij voor de Dieren brengt dat maatschappelijke debat in het parlement.

Maartje Janse heeft in haar boek “De afschaffers: publieke opinie, organisatie en politiek in Nederland 1840-1880” een interessante parallel getrokken tussen de Partij voor de Dieren nu en de afschaffers van de 19e eeuw. De afschaffers waren gelegenheids-politieke bewegingen rondom slavernij, alcoholmisbruik, en vrouwenrechten. Politieke en sociale bewegingen die misstanden aan de kaak stelden en die hun verschillen opzij zetten voor het overstijgende belang.

De Partij voor de Dieren verbindt mensen met zeer uiteenlopende achtergronden voor het overstijgende belang, namelijk het behoud van onze planeet en de bescherming van de kwetsbaarste. Dit eco-centrale denken mondt uit in vier beginselen die als toetsstenen fungeren voor het ontwikkelen van standpunten op alle andere onderwerpen die in eerste instantie verder af staan van de groene missie van de partij: mededogen, duurzaamheid, persoonlijke vrijheid en persoonlijke verantwoordelijkheid. Een geheel nieuwe politieke stroming die je niet in een links of rechts hokje kunt plaatsen. We zijn de enige politieke partij in de Kamer die systeemkritiek uit op de wijze waarop we onze economie hebben georganiseerd. Expressieve politiek wil een echte systeemverandering, en daarin is de Partij voor de Dieren uniek in Nederland.

Onverschrokkenheid

Om de stap te zetten van inspiratie naar actie heb je onverschrokkenheid nodig. In een samenleving waarin de ‘doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg’-mentaliteit heerst, word je bekritiseert als je een heel sterk profiel hebt. Tegen de stroom in roeien moet je liggen en leuk vinden. Wars zijn van het compromisme, het eindeloze gepolder in Nederland ten koste van visie, idealen en inspirerende kracht.

Als je gelooft in revolutie, als je gelooft dat dingen kunnen veranderen, als je het sterke vertrouwen hebt dat een individu het verschil kan maken, dan past je denken bij onze partij. Als je dat vertrouwen niet hebt, kan je het ook niet geloofwaardig overdragen.

De geschiedenis leert dat de boodschapper van het nieuws dat het anders moet, vaak persoonlijk wordt aangevallen of verdacht wordt gemaakt. Zodoende hoef je de boodschap niet serieus te nemen. Dat overkomt ook mij zo nu en dan. Toen ik net was geïnstalleerd als Kamerlid bijvoorbeeld, vielen sommigen me aan omdat ik christen ben. Je zult tegenkrachten ervaren zodra je je kop boven het maaiveld uitsteekt, mensen tegenkomen die jou als boodschapper van een ongemakkelijke boodschap proberen te bestrijden. Ze proberen je ongeloofwaardig te maken. Het hoort er allemaal bij.

Als idealist en wereldverbeteraar heb je mensen om je heen nodig die net als jij willen knokken voor een betere wereld. Samen sta je veel sterker in een wereld die ogenschijnlijk niet op je zit te wachten. Je hoeft je ook niet te richten op de meerderheid, maar op de groeiende groep mensen die twijfelen aan de wijze waarop de samenleving op dit moment georganiseerd is. Elke sociale beweging -de antislavernijbeweging, de vrouwenbeweging noem maar op, is ooit begonnen met een kleine groep betrokken mensen die eerst genegeerd werden, toen geridiculiseerd en zelfs werden bestreden. Uiteindelijk wonnen ze.

Je hebt voorlopers en je hebt volgers. Ik nodig iedereen uit om een voorloper te zijn. Het is zoveel mooier om je eigen weg vrij te maken dan de weg van een ander te bewandelen. Je kunt kiezen voor de begaande paden, zonder een voetafdruk achter te laten die er anders uitziet, of je kunt ervoor zorgen dat je het verschil maakt en de wereld ietsjes beter achter laat dan hoe je hem aantrof.

Groeiend Verzet

Op dit moment zie ik twee heftige stromingen, allebei precies de andere kant op. Een Kabinet die vooral luister naar de achterblijvers, de bioindustrie en de fossiele brandstofindustrie en bij de rechter in beroep is gegaan tegen de Klimaatzaak van Urgenda. Het feit dat de Monsanto’s van deze wereld nog machtiger worden. Het heilige geloof in genetische manipulatie en in nog grotere stallen en nog grotere vissersschepen. Die sterke stroming van ‘meer en groter’.

Aan de andere kant zijn er steeds meer bedrijven, mensen, jongeren met name, die vinden dat business as usual geen optie meer is en een radicale koerswijziging ten aanzien van wat we produceren en consumeren nodig is. Dat maakt dat we in een transitie-periode zitten. In plaats van polderen en denken dat we gezamenlijk, hand-in-hand met multinationals en overheden kunnen komen tot het aanpakken van klimaatverandering – ‘want klimaatverandering, dat willen we immers allemaal tegengaan, iedereen is het daar wel mee eens’ – moeten we de confrontatie aangaan. Met al dat polderen blijft klimaatverandering iets vaags, iets waar niemand concreet op wordt aangesproken of verantwoordelijkheid voor draagt. Het is belangrijk om dit vraagstuk niet meer weg te poetsen in allerlei vrijblijvende afspraken waardoor er zogenaamd een gezamenlijk gedragen verantwoordelijkheid komt, maar er niet zoveel gebeurt. De urgentie om klimaatverandering, biodiversiteitsverlies, watertekorten enzovoort verder aan te pakken is enorm. No time to waste!

We moeten elkaar aan durven spreken. Als we dat niet doen, en als we ons weg laten zetten in allerlei overlegstructuren, in greenwashing, worden we in feite monddood gemaakt. Dan kunnen we niet meer kritisch zijn, niet meer ageren tegen onze gesprekspartners. Het monddood gemaakt worden door zogenaamd samen op te trekken, dat moeten we voorkomen. En dat zorgt misschien voor wat polarisatie of confrontatie in het begin, maar ik denk dat die clash nodig is voor verandering. Ik denk dat het anders niet gaat, daarvoor is het te urgent. We zullen het verzet moeten laten groeien.

Ik denk ook dat er steeds meer mensen er klaar voor zijn om, ondanks dat ze weten dat het spannend is, naar een ander systeem geleid te worden. Kijk naar de populaire ideeën van econome Kate Raworeth die met haar doughnut economics een steen gooit in de vijver van het kapitalistische systeem. Veel mensen snakken naar leiderschap en naar visionaire ideeën. Zijn klaar met de technocratie en het voldongen-feiten-denken van de huidige fossiele politici. De tijd is rijp. Veel mensen zijn onzeker, bang, wantrouwig naar instituten. Je ziet dat deze mensen ofwel naar een populistische partij gaan, of ze geven het op, of ze gaan zelf wat doen, van onderop. En ik snap dat ze dat doen. Het is volstrekt onlogisch om te denken dat de traditionele politieke partijen oplossingen weten voor de problemen die ze notabene zelf veroorzaakt hebben. De rechtspopulistische partijen die alleen maar een zondebok onder de burgers aanwijzen voor alle problemen, hebben echter geen visie of oplossingen.

Aanjagen

Wij gaan dit jaar een groot Kamerdebat krijgen over de mega-stallen, omdat er daar steeds meer van komen in Nederland en ze onze gezondheid, natuur en het milieu sterk bedreigen. Daarbij is het interessant, of D66 en de ChristenUnie het lef hebben om vast te houden aan hun groene beloftes die ze tijdens de verkiezingen in 2017 hebben gedaan, nu ze onder de plak zitten van het fossiele motorblok van VVD en CDA. Een ander onderwerp is het onverdoofd slachten, waar ik eind 2017 een nieuw wetsvoorstel over heb ingediend. In 2011 kreeg ik voor mijn eerste wetsvoorstel steun van de meerderheid in de Tweede Kamer, maar in de Eerste Kamer werd het vervolgens weggestemd.

Wat betreft het voorstel voor een Klimaatwet – ik vind het wel weer grappig hoe zoiets werkt. Op 17 september 2015 kwam mijn motie, mee-ondertekend door Jesse Klaver, in stemming waarin de regering gevraagd werd met een klimaat te komen. Er is sinds die tijd veel gebeurd. De motie werd verworpen, CDA, VVD, PVV, PvdA, 50PLUS en SGP stemden tegen. Maar onze aanjaagfunctie werkte: drie maanden later kondigden GroenLinks en PvdA alsnog een gezamenlijke initiatiefwet aan. Echter, die heeft inmiddels zo weinig afrekenbare doelstellingen dat ook CDA en VVD zich erin kunnen vinden. Zo smolt de dringend noodzakelijke klimaatwet tot een boterzacht initiatief dat van links tot rechts gesteund wordt, maar niet gaat zorgen dat we doen wat nodig is om de kritieke opwarming van onze planeet te stoppen.

Essentiële onderdelen uit het Parijsakkoord zijn afgezwakt of totaal genegeerd.

GroenLinks en PvdA hebben zich met deze wet tot gedoogpartners gemaakt van het kabinet. Zelfs voor de nog te kiezen Eerste Kamer in 2019 hebben Groenlinks en PvdA al aangekondigd het kabinet te zullen gaan gedogen.  Met een gedoogakkoord als dit valt elke klimaatambitie in duigen.

De Partij voor de Dieren, niet eens gevraagd om mee te denken over het klimaatakkoord, omdat onze eisen veel verder gaan die van bijvoorbeeld CDA en VVD, zal een realistische klimaatagenda indienen in de Tweede Kamer. Deze Klimaatwet moet geen intentieverklaring blijven, maar een wet met afdwingbare doelstellingen.

Creativiteit

Onze senator in de Eerste Kamer, Niko Koffeman, is tevens onze campagneadviseur. Hij heeft in een vorig leven vele prijzen gewonnen in de reclame-wereld en is zeer goed in het bedenken van acties waarmee we het groeiend verzet tegen het fossiele beleid zichtbaar maakt. We hebben bijvoorbeeld tegen het natuurbeleid van het vorige kabinet geageerd door niet alleen in de Kamer debatten te voeren, maar ook tot concrete actie over te gaan. Het Kabinet wilde de natuur letterlijk in de uitverkoop doen – veilen aan de hoogste bieder. Toen hebben wij door middel van “woud-funding” een oproep gedaan om natuur vrij te kopen. Leden en niet leden van onze partij reageerden massaal en zo hebben we binnen twee weken twee en een halve ton binnengehaald om een natuurgebied vrij te kopen. Toen is alle verkoop stilgelegd. De staatssecretaris stelde dat de verkoop stuitte op erg veel maatschappelijk verzet..

Als je succesvol wilt zijn als idealistische organisatie heb je een combinatie nodig van mensen met ideeën en mensen die ze kunnen uitvoeren. Ook is het belangrijk dat je misstanden op een beeldende wijze weet te agenderen. Een stal die potdicht zit om te voorkomen dat een dierziekte ontstaat, maar zeer dieronvriendelijk is omdat de dieren nooit meer buiten komen en als kasplantjes worden behandeld, noemen wij een laboratoriumstal. Daar kan iedereen zich iets bij voorstellen. De industrie noemt deze stallen SPF-stallen, wat niemand iets zegt en verbloemd wat het in feite is: een computergestuurde, potdichte stal waar dieren hun natuurlijke gedrag niet kunnen uiten.

Opladen

Een idealist kan moedeloos worden als hij denkt dat het doel moet worden behaald binnen zijn leven of binnen een bepaalde tijd. Terwijl de weg naar dat doel toe, en de tussenstapjes die je maakt, net zo belangrijk zijn. Daar kun je net zoveel plezier en genoegen aan beleven en tevreden over zijn. En genieten, dat is ook heel belangrijk. Als er bijvoorbeeld mooi maar weer een paar uur in de Kamer over vleesconsumptie is gesproken, terwijl ze het eigenlijk niet wilden, dan is dat iets waar je heel blij mee kunt zijn, in plaats van dat je focust op het feit dat er nog steeds geen vleestax is. Door de tussenresultaten te vieren laad je jezelf weer op voor de volgende uitdaging.

Daarnaast is het ontzettend belangrijk om regelmaat in je week te hebben, een vluchtheuvel. Voor mij is dat de Sabbat. Om elke zaterdag staat bij mij een figuurlijk hek heen, dan doe ik geen werk. Dan heb ik tijd om mijn batterijtje op te laden, met mijn gezin en vrienden te zijn. Je creëert op die manier een time-out, en daarmee krijg je een ritme in je leven, ondanks dat het onregelmatig is. Zo’n vluchtheuveltje in de tijd zou ik iedereen aanraden.

3 tips van Marianne:

  1. Verschuil je niet om je idealen. Schaamte is de grootste hindernis voor mensen om uitgesproken de wereld in te gaan en inspirerend te zijn voor anderen. Wees een inspiratie voor anderen door je idealen uit te dragen, zonder dat je bang bent dat mensen je gek vinden.
  2. De pessimist heeft altijd ongelijk. Als je begint met iets creatiefs, komen mensen altijd met goedbedoelde tips waarom het niet kan en wijzen je op de beren op de weg. Maar met idealisme werkt het zo dat je op een brug loopt, terwijl je die bouwt. Dat is een hele spannende brug om over te lopen, maar denk in mogelijkheden, niet in onmogelijkheden. Laat je niet door pessimisme ontmoedigen. Mensen die denken in onmogelijkheden, dat zijn de conformisten, de mensen die volgen. Als jij een pionier wilt zijn, moet je niet naar hen luisteren, want dat past niet bij je missie.
  3. Als je veel tegenstand voelt, dan ben je in het algemeen op de goede weg. Als je veel het gevoel hebt dat je emoties losmaakt van hoop, maar ook woede of ongeloof of als mensen je belachelijk gaan maken, dan ben je kennelijk zichtbaar en beroer je mensen. Dat is een goed signaal dat je vooral door moet gaan. Wees alert op die signalen. Als het allemaal comfortabel voelt, dan zou je er een stapje bij moeten doen. De wereld verbeteren is niet comfortabel.